
Column - Internationale Dag van het Dier
Column 70 keer gelezenWaar Eskimo’s twaalf woorden voor sneeuw hebben, kent het Nederlands zeker vijfentwintig verschillende woorden voor een groep dieren.
Door Rob Rijkschroeff
We kijken niet op of om voor een kudde schapen, een kwaak kikkers, een span honden, een vlucht regenwulpen, maar we kijken onze ogen uit bij natuurfilms over een troep leeuwen, een crash neushoorns, een sprong herten of een tribune flamingo’s. Wel voelen we ons misschien toch wat minder op ons gemak bij een kolonie mieren, een volk bijen, een wolk muggen en een zwerm vliegen, sprinkhanen of vleermuizen.
Op Werelddierendag staan we bewust stil bij het uitsterven van diersoorten en het voorkomen van menselijke wreedheid tegen dieren. Op deze dag is wereldwijd aandacht voor de leefomstandigheden, het welzijn en de rechten van dieren.
Dierendag werd voor het eerst gevierd in 1930. De Tsjechische Ilse Winter schreef in 1927 een brief naar Margaret Ford, toenmalig voorzitter van de Internationale Dierenbeschermingsvereniging. Daarin stelde ze een internationale dag voor de dieren voor. Werelddierendag is een themadag om ons bewust te maken van de idee dat dieren rechten hebben en beschermd moeten worden. Het begon als middel om te wijzen op een van de veronachtzaamde vraagstukken in de samenleving. Het past in het rijtje van de Dag van de Arbeid (1890), Internationale Vrouwendag (1910) en Boomplant-dag (1919).
De datum voor Dierendag werd 4 oktober, de sterfdag van Franciscus van Assisi (1181-1226), de beschermheilige van de dieren. Hij wordt vaak afgebeeld met een koppel duiven, maar is vooral bekend om de legende rond de wolf in Gubbio. Een bloeddorstige wolf aldaar joeg de bewoners veel schrik aan. Franciscus bezocht de wolf in het bos. De wolf stond op het punt om hem aan te vallen. Franciscus hield een kruis omhoog en sprak tegen de wolf. Het dier ging voor Franciscus zitten en luisterde aandachtig. Franciscus overtuigde de wolf ervan de mensen niet langer aan te vallen.
In de huidige maatschappelijke discussies over wolvenroedels in Nederland zien we dezelfde tweestrijd tussen enerzijds angst en anderzijds een pleidooi voor wederzijds begrip, dialoog en vreedzame co-existentie tussen mens en natuur.
















