
Natuurbelevenis met Aziatische Hoornaars in Zeeland
RubriekIk heb al eerder geschreven over de nieuwe wespensoort, de Aziatische Hoornaar. De reden dat ik er nu weer over schrijf is dat het lijkt alsof de officiële instanties het nu al hebben opgegeven om deze soort nog binnen de perken te houden.
Door Peter Boelee
De Aziatische Hoornaar is een invasieve soort, dus een soort die een gevaar is voor andere diersoorten maar ook voor mensen.
Deze grote wespensoort voedt hun jongen met eiwitrijke delen van Honingbijen, Vliegen, wespen en vlinders.
We hebben deze insecten, waarmee het toch al slecht gaat, zo hard nodig om ons voedsel te bestuiven.
Oorspronkelijk kwam deze soort alleen in Azië voor. In 2004 werd de eerste Europese waarneming van de Aziatische Hoornaar in Frankrijk gedaan, mogelijk is de soort in Europa terechtgekomen via geïmporteerde planten.
Het eerste nest van Nederland werd in 2027 gespot in Dreischor. De snelle verspreiding is te danken aan klimaatverandering; de milde winters sinds 2012 zorgen ervoor dat deze tropische wespensoort in Europa in staat is onze winters te overleven.
In 2022 waren er in Zeeland ongeveer twintig waarnemingen nesten Aziatische Hoornaars. Een jaar later waren er al 325 waarnemingen en dit jaar zijn er al ruim 10.000 nesten in Zeeland waargenomen!
We kennen hier in Nederland twee hoornaarsoorten, de Europese -en de Aziatische Hoornaar. Van de Europese soort hebben we niks te vrezen.
Een opvallend verschil van beide soorten is de kleur van de poten. De Europese soort is groter en heeft meer kleur.
De Aziatische soort is bijna geheel zwart en heeft een gele band op het achterlijf.
Zodra de temperatuur het in het voorjaar boven de twaalf graden komt, ontwaken de koninginnen van de Aziatische Hoornaar en gaan op zoek naar een beschutte plek om hun eerste nest te bouwen, het zogenaamde Embryonest.
De individuele koningin heeft in het najaar gepaard en gaat nu in haar nieuwe nest eieren leggen waaruit werksters groeien.
Tijdens de hele cyclus kunnen er 6000 tot 15.000 werksters in de nesten aanwezig zijn. Zodra het embryonest te klein wordt vertrekt het hele volk op zoek naar een goed verstopte plek hoog in een boom.
Meestal dus, want soms maken ze hun nesten gemaakt van fijngekauwd hout, onder afdakjes of in heggen.
Soms wordt zo’n nest niet groter dan een voetbal maar meestal hebben ze de grootte van een Skippybal of soms nog groter.
De werksters zoeken naar bijen en andere insecten.
Bij de meeste bijenkasten kan je ze al aan het werk zien. Ze hangen als een helikopter voor de kast, met hun rug naar de kast en vangen bijen die volgeladen met nectar en stuifmeel terugkomen.
De grote wesp vliegt met haar prooi naar een struik en dan hangend aan één poot wordt het slachtoffer ontdaan van hoofd en achterlijf.
Het gaat ze alleen om het borststuk.
In het najaar sterven de werkster en worden er mannetjes geboren. Die paren met de nieuwe koninginnen in het nest. De mannen sterven en de koninginnen, honderden per nest gaan op zoek naar een vorstvrije plek om te overwinteren.
Dat lukt maar een klein deel maar kennelijk toch voldoende om zich nog verder te verspreiden.
Het is dus belangrijk om ze blijven te bestrijden. In mijn volgende Natuurbelevenis zal ik vertellen hoe u daarbij kan helpen.

